Dienst 26 april 2020

Geplaatst op 22 apr 2020

Overweging bij Exodus 16:28 – 17:7 voor zondag 26 april 2020

(Om de uitgeschreven overweging te lezen, kunt verder naar beneden, na de video, scrollen.)

God leeft in ons

Exodus 17:7 … ‘Is de ENE nu in ons midden of niet?’

1. De grote vraag

De vraag van de Israëlieten, daar in de woestijn,

is de vraag … waarbij ons geloof … staat, of valt. …

Is God er voor ons, of is God er niet … ?

Je kan dezelfde vraag, op verschillende manieren, onder woorden brengen … .

Misschien stel ik dezelfde vraag, over een maand, of een jaar,

met andere woorden, die het, voor mijn gevoel, dan, nog dichter bij de waarheid, zeggen.

De christelijke formulering van de vraag is

of Jezus Christus waarlijk opgestaan is, en leeft, … of niet.

Het gaat om de grote levensvraag die we ieder jaar na Pasen stellen.

De grote vraag is niet nieuw. De grote vraag was er altijd al, en zal er altijd zijn.

De oude oude Israëlieten hebben die vraag ook al, op hun manier, daar in de woestijn, gesteld.

Omdat de grote vraag er altijd al was, en er altijd zal zijn,

is het niet de bedoeling om met een goed, en lekker stevig, antwoord er van af te komen.

De bedoeling is dat u / jij … die grote vraag, telkens, op je eigen manier,

vanuit de waarheid van je eigen hart, stelt … .

Je zou mijn woorden misschien kunnen gebruiken, als een aanleiding,

om tot je eigen ervaring van de grote vraag te komen … .

2. Niet een feit uit het verleden onderschrijven, maar nu zelf opstaan en leven

Op mijn manier gesteld:

Het is de vraag of, en hoe, en wanneer, je de aanwezigheid van God in je leven ervaart.

Wat ik hiermee wil zeggen,

is dat het om veel meer gaat, dan een soort feit te onderschrijven, of te be-amen.

Als je, bij wijze van spreken, samen met de Israëlieten, daar in de woestijn, zou zitten,

gaat het om veel meer … dan … dat je zou verklaren

dat je er stellig van overtuigd bent, dat God wel ‘in ons midden is’.

En insgelijks in ons christelijk geloof:

Het gaat om veel meer, en eigenlijk iets anders, dan dat je zou verklaren:

Ik ben er vast van overtuigd dat Jezus, ongeveer 2000 jaar geleden,

uit de dood is opgestaan en dat hij leeft.’

Het gaat niet om een overtuiging, die je wel, of niet, hebt.

Het gaat er om … dat je zelf uit je eigen doodsbestaan opstaat en leeft.

En als je dat doet: opstaat en leeft,

dan staat Jezus in jouw leven op en leeft Jezus in jouw leven.

Paulus zegt terecht dat het geloof ‘nutteloos’ zou zijn als je niet in de opstanding zou geloven… .

De opstanding’. … Het gaat om de opstanding … van jou, hier en nu.

De opstanding gaat om jou, mijn, ons leven.

In onze christelijke taal zeggen we dat Jezus in ons leven opstaat en leeft.

Het gaat dus niet om de erkenning, of onderschrijving,

van een feit, al dan niet, van 2000 jaar geleden.

Het gaat om je levenservaring nu, hier, op dit moment.

Sta je op en leef jij? Of blijf je liggen in je doodsbestaan?

Als je in je doodsbestaan zou blijven liggen,

dan is het helaas zo dat je aan je geloof in God door Jezus niets hebt.

Dan zou het ‘nutteloos’ zijn.

3. Als geloofsgemeenschap samen opstaan en leven

Nu laat ik het te veel klinken alsof het om jouw persoonlijke individuele ervaring gaat.

Het is echter, in de eerste plaats, de geloofsgemeenschap als geheel, die opstaat en leeft.

Wij zijn samen het opgestane, levende, lichaam van Christus.

Je staat op en leeft in de geloofsgemeenschap.

Als je zelf als individu somber of neerslachtig of mismoedig bent,

kun je met onze geloofsgemeenschap meeliften.

Wij ondersteunen en dragen elkaar.

Door de kracht van God, staan we samen op, en leven we samen.

De vraag van de Israëlieten in de woestijn wordt ook niet voor iedereen op zichzelf gesteld:

Exodus 17:7 … ‘Is de ENE nu in ons midden of niet?’

Het is ‘ons midden’ – meervoud.

Het gaat om de ervaring van de geloofsgemeenschap,

en de gemeenschappelijke ervaring van de individuen in de geloofsgemeenschap.

Ik vertrouw dat we op de goede weg zijn, als we de grote vraag blijven stellen.

Ik vertrouw dat we op de goede weg zijn

als we goed blijven kijken, en goed blijven luisteren, naar de tekenen

waaruit we kunnen opmaken dat we voortdurend opstaan en verder leven,

de tekenen waaruit wij kunnen opmaken dat Jezus in ons, door ons, opstaat en leeft … .

Als ik jullie zie en hoor hoe jullie de wonderbaarlijke moed opbrengen

om, in verpletterende omstandigheden, telkens weer, aan een nieuwe dag te beginnen,

en zelfs nog moed over hebben om iets goeds voor elkaar te doen … .

Als ik dat zie, en hoor, geloof ik … dat Jezus, in, en door, ons opstaat en leeft.

Als ik zie en hoor hoe jullie doorgaan en verder gaan,

ervaar ik de goddelijke kracht van vertrouwen dat de ENE wel in ons midden is.

Gebeden:

Danken willen wij U, goede God, dat wij er op mogen vertrouwen dat U wel in ons midden bent.

Wij danken U dat Jezus in, en door, ons opstaat en leeft

wanneer wij door uw goddelijke levenskracht opstaan en leven.

Wij danken U dat wij uw gemeenschap, het opgestane en levende lichaam van Christus zijn.

Bidden wij om ogen van geloof om te kunnen zien, en oren van geloof om te kunnen horen,

de tekenen dat we steeds weer opstaan en leven door uw wonderbaarlijke, goddelijke, kracht.

Bidden wij voor degenen onder ons, en voor onszelf,

als wij de tekenen van uw levende opstandingskracht niet zien en niet horen

als we somber, neerslachtig, vermoeid zijn.

Bidden wij voor degenen onder ons die, in deze tijd van sociale onthouding,

de steun van uw engelen, mede-zoekers naar de grote vraag van ons leven, moeten missen.

Bidden wij om uw kracht om het vol te kunnen houden om te blijven hopen en vertrouwen

dat U in ons midden bent, dat U door ons opstaat en leeft.

Laat ons uw geloofsgemeenschap zijn.

Laat ons het opgestane, levende, lichaam van Christus zijn.

Zo bidden wij in de naam van Jezus Christus. Amen.